Hoe verloopt een miskraam?


Vaginaal bloedverlies en/of buikpijn zijn vaak de eerste tekenen van een dreigende miskraam. Het patroon, de duur en hevigheid van het bloedverlies buikpijn kunnen verschillen kunnen verschillen. Over het algemeen is het bloedverlies in de eerste week hevig; een aantal maandverbanden per dag doordrenkt met bloed. Het bloedverlies gaat vaak gepaard met één of enkele bloedstolsel(s) welke vuistgroot kunnen zijn, een donkerrode kleur hebben en glad van vorm zijn. Vaak treedt samen met het bloedverlies ook buikpijn op en deze is meestal het hevigst rond de derde dag van het bloedverlies. De pijn kan uitstralen tot in de rug of bovenbenen en kan op weeën lijken. In de loop van de week verminderen beiden meestal sterk. Zwangerschapsverschijnselen of –gevoel zoals gespannen borsten en misselijkheid nemen meestal af vlak voor een miskraam.

Bij de helft tot driekwart van de vrouwen vindt uitstoting van de vrucht plaats binnen één week. Soms duurt deze periode langer. In de meeste gevallen is de vrucht niet aanwezig of herkenbaar als een klein mensje, maar worden bloedstolsels met een vruchtzak gezien. De vruchtzak is herkenbaar als een met vocht gevuld blaasje met een vliezig omhulsel, dat gedeeltelijk met roze vlokken is bekleed. Wanneer de hele vrucht is uitgestoten, nemen het bloedverlies en de buikpijn geleidelijk in ongeveer een week af en voelt men zich opmerkelijk beter. Wanneer de vrucht niet geheel is uitgestoten, zullen het bloedverlies en de buikpijn tijdelijk ophouden, maar daarna weer terugkomen.

Indien de vrucht of bloedstolsels kunnen worden opgevangen in een po bijvoorbeeld bij het toiletbezoek kan de verloskundige* dit bekijken. Het is echter soms moeilijk te beoordelen of de vrucht in zijn geheel is uitgestoten.

Tekenen van complete uitstoting van de vrucht zijn afname van buikpijn en bloedverlies. Na een spontane miskraam kan "spotting" enkele weken aanhouden.

Hoewel bij de definitie van een miskraam 16 weken zwangerschapsduur wordt aangehouden, blijkt de uitstoting van de vrucht anders te verlopen bij een langere zwangerschapsduur. Bij een miskraam na (meer dan) 12 weken zwangerschap is het bloedverlies doorgaans heviger, lijken de samentrekkingen van de baarmoeder meer op weeën, en is het zwangerschapsproduct beter herkenbaar. Dit kan de gebeurtenis emotioneel een zwaardere lading geven. 

Afwachten of ingrijpen?

Er zijn verschillende mogelijkheden nadat er bij jou een miskraam is geconstateerd of er sprake is van een dreigende miskraam. Je kunt een keuze maken uit:
afwachten tot de miskraam spontaan optreedt een medicamenteuze behandeling een curettage

Bij een zwangerschapsduur van meer dan 10 weken worden bloedgroep en rhesusfactor bepaald met het oog op toediening van anti-rhesus-D-immunoglobuline bij rhesus-D-negatieve vrouwen.

Afwachten spontane miskraam

Veel vrouwen geven er de voorkeur aan te wachten tot de bloeding vanzelf stopt. Binnen twee weken wordt meestal vanzelf duidelijk of het een miskraam wordt. Ook als bij het echoscopisch onderzoek een miskraam is vastgesteld, geven veel vrouwen er de voorkeur aan af te wachten tot het vruchtje vanzelf wordt afgestoten. Bij de meeste miskramen wordt het vruchtje binnen twee weken na het begin van de bloeding afgestoten, bij sommigen pas na een paar weken. Vrouwen bij wie de miskraam op natuurlijke wijze is verlopen kunnen de gebeurtenissen vaak beter verwerken. Het verdriet kan thuis beleefd worden en eventuele complicaties van een curettage worden vermeden.

Als je ervoor kiest om te wachten tot het vruchtje vanzelf wordt afgestoten, is het verstandig te bedenken hoe lang je wilt afwachten en om dit met je verloskundige te bespreken. Afwachten kan medisch gezien geen kwaad en heeft geen gevolgen voor een nieuwe zwangerschap. Als je later besluit toch een behandeling te willen kun je daar alsnog voor kiezen. Ook kan bij veel of aanhoudend bloedverlies of pijn alsnog een behandeling nodig zijn. Als afwachten verantwoord is en jouw voorkeur heeft, dan spreekt de verloskundige met je af dat je na één week terugkomt voor controle en om met jou te bespreken hoe verder te gaan

Medicamenteuze behandeling

Wanneer een miskraam niet spontaan op gang komt, of niet snel genoeg, kun je ervoor kiezen om het uitstoten van het weefsel op gang te helpen of te bespoedigen. Hiertoe wordt je door je verloskundige verwezen naar een gynaecoloog. De gynaecoloog kan de miskraam op gang brengen door een medicamenteuze behandeling. Deze methode houdt in dat met een aantal medicamenten -soms in meerdere doses- (toediening oraal en/of vaginaal) de baarmoedermond wordt verwijd en geopend, en dat door samentrekkingen van de baarmoeder het zwangerschapsweefsel wordt uitgestoten. Deze medicamenten krijg je meestal mee naar huis, en het is de bedoeling dat je ze zelf inneemt / inbrengt.

Curretage

Sommige vrouwen vinden het moeilijk te moeten wachten tot de miskraam vanzelf op gang komt en de bloeding weer ophoudt. In emotioneel en in praktisch opzicht kan het vervelend zijn om te wachten op een spontane miskraam. Lichamelijk kan het zwaar zijn als het bloedverlies lang aanhoudt. Voor sommige vrouwen zijn dit redenen om eerder in te willen grijpen. Hiervoor wordt je dan naar een gynaecoloog verwezen. Bij een curettage wordt de baarmoeder via de vagina met een dun slangetje leeggezogen of met een schrapertje schoongemaakt. Als alle weefselresten zijn verwijderd, houdt de bloeding vanzelf binnen enkele dagen op. Een curettage is een ingreep die 5 tot 10 minuten duurt. Je krijgt een korte narcose en merkt dan niets van de ingreep. In sommige ziekenhuizen kun je kiezen voor een plaatselijke verdoving in plaats van narcose: via de vagina wordt de baarmoedermond met een paar injecties verdoofd. Vaak krijg je daarbij ook een rustgevend middel waardoor je tijdelijk wat slaperig en suf bent. Bij deze tweede methode voel je wel wat pijn, maar deze is over het algemeen goed te verdragen. Je kunt meestal dezelfde dag weer naar huis. Bij een curettage is er een kleine kans op een complicatie waardoor verdere behandeling nodig is. Voor meer informatie hierover zie de website www.nvog.nl

Emotioneel herstel

Veel vrouwen maken psychisch een moeilijke tijd door. De miskraam betekent een streep door de toekomst en brengt een einde aan de plannen en fantasieën over het verwachte kind.

Dat de zwangerschap vanaf het begin niet in orde was en de miskraam dus een natuurlijke oplossing is, is voor sommigen een troost.

Verdriet, schuldgevoelens, ongeloof en boosheid zijn veel voorkomende emoties, zeker bij een vrouw. Verdrietige gevoelens zijn het meest intens binnen de eerste 4-6 weken en verdwijnen meestal bij 3-4 maanden. Uit onderzoek blijkt dat meer dan 50% van de vrouwen een verwerkingsperiode had van minstens een jaar. 

Naast gevoelens van verdriet kunnen andere gevoelens bestaan zoals een schuldgevoel, ongeloof, boosheid, een gevoel van leegte, falen van het eigen lichaam of jaloezie naar andere zwangeren toe. Deze gevoelens komen zeker in het begin veel voor en zijn zeer begrijpelijk. Er is tijd nodig om deze gevoelens te verwerken en er is geen reden ze te ontkennen of weg te stoppen. De vraag waarom het mis ging houdt je wellicht bezig. Hoe invoelbaar ook, schuldgevoel is bijna nooit terecht. Een miskraam is een natuurlijke oplossing voor iets wat fout ging rond de bevruchting en het is maar de vraag of een gezonde leefwijze of minder stress dit had kunnen voorkomen.

De gedachte wel zwanger te kunnen worden is soms een steun. De verwerking van een miskraam verschilt. Iedereen, vrouw en man, doet dat op haar of zijn eigen manier. Ook de omstandigheden spelen een rol. Het is moeilijk aan te geven hoe lang dit duurt. Omdat het verlies voor de buitenwereld vaak onzichtbaar is, kan het helpen te praten met andere ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Zij weten wat je doormaakt. Ook het kenbaar maken van de zwangerschap/miskraam in je omgeving kan steun geven, zodat mensen er vanaf weten je kunnen steunen.

Verschillen in beleving of de snelheid van de verwerking tussen vrouw en man kunnen soms een druk op de relatie geven; ook dan is het verstandig erover te praten, zowel met elkaar als met anderen. Vrouwen die na een miskraam opnieuw zwanger worden, zijn daar meestal erg blij mee, maar voelen zich ook de eerste tijd onzeker en bang, dit is normaal. Gelukkig verloopt een volgende zwangerschap meestal goed, ook bij vrouwen die meer dan één miskraam hebben doorgemaakt.

Meer informatie en links

Er bestaan geen landelijke hulporganisaties die zich speciaal richten op vrouwen die een miskraam hebben doorgemaakt. Wel zijn er een aantal instanties behulpzaam bij het beantwoorden van je vragen en het zoeken van hulp en steun in je woonomgeving.

Er zijn ook stichtingen en organisaties die zich richten op afscheid na het verlies van een zwangerschap. De boeken en websites hieronder kunnen je op weg helpen.

Boeken

Als je baby sterft, Cuisinier M. Als je zwangerschap misloopt, van Buuren M, Braam W. Met lege handen. Vrouwen over het verlies van hun baby in de zwangerschap of rond de bevalling, Cuisinier M, Janssen H. Misschien was je vandaag wel geboren, Gebbe Y en Rozemeyer D.

Tussen iets en niets, omgaan met het verlies van een prille zwangerschap, Spitz B, Keirse M en Vandermeulen A.

Websites

www.amelius.nl
www.dagliefkindje.nl
www.freya.nl, Stichting Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
www.makeamemory.nl
www.miskraam.startpagina.nl
www.miskramen.nl Platform voor miskramen, voorheen Stichting Contactpunt Miskramen
www.nvog.nl, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)